Planontwikkeling in De Greiden

Thema(s):
Dorps- en wijkdemocratie

Waarom levert jouw experiment een bijdrage aan dit thema?

Democratische verandering krijg je niet door te praten maar door te doen. De mensen moeten weer vertrouwen krijgen in de samenleving en hun rol daarin. Mensen moeten niet het gevoel krijgen dat ze serieus worden genomen maar weten dat dit echt zo is. In een goed democratisch proces hoef je het niet eens te zijn met elkaar maar wel begrijpen waarom een ander een andere mening heeft. Dan kom je tot compromissen en oplossingen die voor meer dan de helft acceptabel zijn zonder dat het direct de voorkeur hoeft te hebben van de minderheid.

Dit experiment moet de dialoog weer op gaan brengen. Het is een eerste stapje van de reis naar een nieuwe democratische samenleving. En deze reis begint vlak bij huis in de eigen wijk

1. Concreet experiment

Werken aan een democratische ontwikkeling via een concreet plan. Wijkbewoners willen best meepraten maar het moet wel ergens over gaan. Planontwikkeling spelen/bewegen/recreëren in de Greiden. De wijk De Greiden is in de jaren 60 van de vorige eeuw ontworpen. De wijk is in de loop der jaren veranderd. De gemiddelde leeftijd in de wijk is een stuk hoger en het aantal inwoners is gedaald van meer dan 10.000 tot ruim 7.400. Bijna een kwart van de huishoudens heeft tegenwoordig twee auto’s.

Al deze veranderingen hebben ook het gebruik van de openbare ruimte veranderd. Past de inrichting van de openbare ruimte nog wel bij deze tijd? Daarnaast is er nog een acuut probleem. In de Greiden is de kwaliteit en veiligheid van de aanwezige speeltoestellen niet lang meer te garanderen. Om deze goed en veilig te houden is er veel geld nodig en dat is er niet.

Bij de gemeente komen regelmatig vragen binnen over of bewegen, of spelen, of recreëren vanuit individuele inwoners van de wijk.

Het doel:

Een plan maken voor, het gebruik van, de openbare ruimte met nadruk op bewegen / recreëren / spelen voor en door de huidige bewoners in de wijk. Niet alleen gericht op één onderwerp maar in zijn onderlinge samenhang.

Nieuwe vormen van planontwikkeling Het gemeentebestuur vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen meedoen in de maatschappij. Daarbij hoort ook het meedoen aan het ontwikkelen van plannen. Dus niet meer plannen maken op het gemeentehuis, via inspraak bespreken in de wijk en dan maar hopen op voldoende draagvlak. Er wordt gezocht naar manieren waarbij vanuit de bewoners deze nieuwe plannen ontwikkeld worden. De bewoners participeren niet meer bij de plannen van de gemeente maar de gemeente participeert in de plannen, wensen en behoeftes van de bewoners.

Maar hoe doe je dat?:

In de wijk de Greiden zijn er net zoveel meningen als bewoners. Hoe kan je dan samen een plan ontwikkelen. De huidige methode is om, meestal samen met direct belanghebbenden, een plan of een voorstel te maken. Daarna volgt de inspraak waarbij het plan of voorstel tijdens een bewonersavond aan “de bewoners” wordt voorgelegd. Op deze avond komen vaak maar een heel beperkte, meestal dezelfde, bekende en betrokken groep bewoners (tussen de 0,5 en 1%). De democratische legitimiteit van en het draagvlak voor het uiteindelijke plan in de wijk is daardoor niet hoog.

Op dit moment worden landelijk verschillende methoden uitgeprobeerd om het anders te doen. Een centraal thema in deze methodes is dat de deelnemers willekeurig via een steekproef uit de betreffende samenleving worden geselecteerd. Hierdoor ontstaat er een mix van de belangen in de deelnemersgroep. Voor de Greiden kan dit betekenen dat we via een a-selecte steekproef uit kiesgerechtigde bewoners van de Greiden en 20 – 30 tal mensen selecteren . Met deze groep gaan we onder procesleiding van de opbouwwerker en wijkmanager aan de slag.

Proces

Dit proces bestaat globaal uit 4 fasen:

1. Kennis en informatie verzamelen

2. Discussie en afwegingen (het plan vormgeven)

3. Beleid/plan schrijven en

4. Vaststellen

Fase 1. Kennis en informatie verzamelen

De deelnemers van de beleidsgroep worden niet geselecteerd op basis van deskundigheid of belang maar als bewoner van de wijk. Dit houdt in dat de (leken) deelnemers geen speciale kennis van het onderwerp hoeven te hebben. De benodigde kennis en informatie wordt in deze fase verkregen. Beleidsambtenaren van de gemeente, specialisten, andere wijkbewoners maar ook belangengroepen kunnen door de deelnemers gevraagd worden hun kennis te delen. Daarnaast zou er een goed digitaal kennis en communicatie platform beschikbaar moeten zijn waarop de deelnemers onderling maar ook met anderen kennis en informatie kunnen uitwisselen. Vanuit de ambtelijke ondersteuning kan hier op dit platform ook digitaal kennis worden aangereikt.

Fase 2. Discussie, afwegingen en draagvlak

Nadat de deelnemers voldoende kennis hebben opgebouwd kunnen de ideeën worden vorm gegeven in een plan. Omdat de deelnemers een dwarsdoorsnede vanuit de samenleving zijn, zullen ook de verschillende belangen uit die samenleving hier afgewogen worden. In deze fase is het belangrijk dat de afweging duidelijk uitgelegd (en gecommuniceerd) wordt. Een duidelijke uitleg van de belangen afweging verhoogt het draagvlak. De gemeentelijke beleidsambtenaar kan in deze fase helpen het plan te verwoorden en ideeën te ordenen.

Fase 3. Beleid/plan schrijven

Door de gemeentelijke beleidsmedewerker wordt het plan van de deelnemers vervolgens opgeschreven.

Fase 4. Vaststellen

Het plan dat door overleg en in dialoog is ontstaan moet vervolgens bij meerderheid door de beleidsgroep worden vastgesteld Het plan/wijkbeleid zal vervolgens door de groep (samen met de gemeente) aan de wijk wordengepresenteerd.

2. Lokaal karakter

In dit voorstel gaan bewoners praten over hun directe leefomgeving. Het vernieuwende is de manier waarop en de afspraken die vooraf worden gemaakt met het college en de raad.

Voorwaarden en nieuwe rollen

Vooraf:

1. College en raad moeten vooraf instemmen met uitkomsten van het plan zolang dit binnen de vastgestelde kaders (wet en geld) blijft. Het college en raad moeten de bewoners het vertrouwen geven dat het goed komt. Dit is belangrijk om frustratie bij de deelnemers voorkomen. Mensen zijn redelijk en begrijpen heel goed dat je niet altijd gelijk kunt krijgen.

2. Voldoende ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie. Dit kan d.m.v. kennis leveren en beleid opschrijven. De beleidsambtenaar gaat in plaats van beleid schrijven, beleid opschrijven. Daarnaast zal er de nodige aandacht moeten zijn voor procesbegeleiding.

3. Kennis en informatie delen is belangrijk net als communicatie. Zowel in de groep als met de andere wijkbewoners. Een efficiënt digitaal kennis en communicatieplatform kan daar bij helpen. Een dergelijk platform is er nog niet en moet nog ontwikkeld worden.

4. Het proces moet zich in alle openheid afspelen. Alle bijeenkomsten moeten openbaar en toegankelijk zijn.

Rol van de raad

De raad heeft een belangrijke stimulerende rol richting deelnemers aan de plangroep en richting andere belangstellenden. Tijdens de bijeenkomsten in fase 1. Kennis en informatie verzamelen’ kunnen zij bijdragen door informatie en kennis te delen over algemene belangen. In fase 2 zal het vooral het monitoren van het proces belangrijk zijn.

Rol van college

De rol van het college en betrokken wethouder is vooral het begeleiden en bewaken van het proces. Het stimuleren en faciliteren van de deelnemers van de plangroep. De formele besluitvorming blijft bij het college en/of raad.

Rol ambtenaren

Voor de ambtenaren verandert er niet heel veel met dat verschil dat ze nu in eerste plaats de kennis en kunde moeten delen met de deelnemers van de plangroep in plaats van het college. Hun rol wordt nog sterker het opschrijven van beleid in plaats van het schrijven van beleid.

3. Vernieuwing van lokale democratie

Het vernieuwende van dit experiment is doen. Daarnaast is, denk ik, vernieuwend dat de raad en college bij voorbaat al wat van hun macht afstaan (teruggeven) aan de bewoners. De bewoners niet alleen het gevoel geven ze serieus te nemen maar dit ook daadwerkelijk doen. De voornaamste rol van het college en raad wordt het volgen (controleren) van het proces.

Bewoners ontdekken dat hun inbreng serieus genomen wordt en dat je samen als bewoners plannen kunt maken rekening houdend met tal van complexe voorwaarden en tegengestelde belangen. (Als bestuurde even de rol van bestuurder innemen en merken hoe lastig dat kan zijn.) Als het proces lukt en het vaker gedaan kan worden zijn er steeds meer mensen die betrokken zijn geweest bij besluitvormingstrajecten en plan/beleidsontwikkeling. De politiek& worden ze daarmee zelf en hun eigen wijkbewoners.

4. Duurzame impact

Het experiment moet bijdragen aan een structurele verandering van de lokale democratie. Het gaat om verandering van werkprocessen, structuren en gedrag die uiteindelijk tot een cultuurverandering zal leiden niet alleen bij ambtenaren, college, raad maar ook bij bewoners. Op dit moment vertrouwen veel bewoners de politiek niet en de politiek de bewoners niet. Het zal gaan om een langzaam proces en elk experiment moet in het volgende verder verbeterd worden.

5. Grootste uitdaging

De grootste opgave is voldoende participatie. Hoe krijg je voldoende mensen bereid om mee te praten. Hoevoorkom je dat de bekende mensen weer het woord gaan voren en hoe krijg je een goede doorsnee van de bevolking rond de tafel.

6. Ondersteuningsvraag

Communicatie en informatie uitwisseling is een belangrijke voorwaarde.

1. Hoe zet je aan de voorkant de mensen op de aan stand zodat ze als ze worden uitgenodigd om mee te praten ook echt komen.

2. Hoe organiseer je op een goede informatie uitwisseling. Voor zover bekend bestaat er op dit moment nog geen praktisch digitaal discussie platform waar alle betrokkenen informatie kwijt kunnen en met elkaar van gedachten kunnen wisselen.

Het experiment is in ontwikkeling. Er zijn al meer details uitgewerkt dan hier weergeven. Maar met name de twee hierboven genoemde vragen zijn nog een dilemma.

 

 

Welke partijen van binnen de gemeente zijn betrokken bij het experiment?

Wethouder, griffie en diverse afdelingen

Welke partijen van buiten de gemeente zijn betrokken bij het experiment? 

Vertegenwoordigers van de bewonersorganisatie in de wijk

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *